Het Vergeten Kind Gezinshulp eerst “Uit huis geplaatst worden bracht veel meer stress dan thuis ooit deed”

“Uit huis geplaatst worden bracht veel meer stress dan thuis ooit deed”

Marilène (21) was 10 toen haar leven een onverwachte afslag nam. Haar moeder, doof en met een beperking door niet aangeboren hersenletsel, had altijd alles gegeven wat ze kon. Haar liefde stond nooit ter discussie, maar wel of ze voor haar dochter kon zorgen. Met betere gezinshulp had dat opgevangen kunnen worden, maar die hulp kwam nooit. Sterker nog: toen er oplossingen werden aangedragen die wél werkten, werd er niet naar geluisterd. Volgens betrokken hulpverleners was er maar één uitweg: Marilène moest uit huis.

“Ik ben een kind van een dove moeder”, zegt Marilène. “Ik tolkte als kind vaak voor mijn moeder, wij praten met harde stemmen, grote gebaren. Dat hoort bij ons. Ja, het is soms chaotisch, maar het is hoe onze communicatie werkt. Het is normaal voor mij.” Toen haar moeder door omstandigheden bijna twee weken weg was van huis en Marilène werd opgevangen door een vriendin van haar moeder, werd hierover door school een melding gedaan bij Veilig Thuis. 

De constante stress van steeds wisselen van woonplek en school, de overlevingsmodus, nieuwe jeugdbeschermers en onbekende regels, dat was veel schadelijker dan de situatie thuis bij mijn moeder.”

Zo’n situatie was niet nieuw: Marilène sliep de helft van de week bij dat gezin. Het werkte juist goed. Ze bleef in haar eigen buurt, ging naar dezelfde school, had mensen om zich heen die ze al jaren kende. Haar moeder had even rust. En bovendien kon Marilène met problemen waar haar moeder niet bij kon helpen, terecht bij het andere gezin. Maar het oordeel van hulpverleners stond al snel vast: Marilène zou ‘mentaal verder groeien dan haar moeder’, moest voor haar moeder zorgen en daarom moest ze uit huis. Het maakte niet uit dat de deeltijdopvang stabiel en liefdevol was en dat Marilène zélf aangaf niet uit huis te willen. Wat volgde was een gedwongen uithuisplaatsing, voltijd bij een ander gezin.

Christelijk pleeggezin

Marilène verhuisde naar een andere stad en kwam terecht in een christelijk pleeggezin. Het gezinsleven was totaal anders dan wat ze kende. Bidden voor elke maaltijd, bijbelstudies en conferenties. “Twee­honderd kinderen die geloofden en ik niet. Ik voelde me altijd een buitenstaander.” Haar ondertoezichtstelling duurde steeds maar zes maanden, dus elke zes maanden had ze de hoop dat ze naar huis mocht. Tevergeefs. Na twee jaar nam ze het heft in eigen handen en vroeg een verhuizing aan. 

Gezinshuis zonder liefdevolle zorg

Op haar 12e verhuisde Marilène opnieuw. Meer vrijheid en aansluiting, dacht ze. Maar het was vreselijk. “Zorg werd ingekocht maar niet geleverd.” Marilène noemt het gezinshuis zonder aarzelen een verdienmodel. Haar gezinshuismoeder zei het gewoon hardop: “Voor jou krijgen we weinig geld, dus jij moet je zorggeld zelf verdienen.” En dus werkte Marilène als 14-jarige voor haar eigen kleedgeld. Ze stond om 6.15 uur op, kleedde kinderen aan, maakte broodtrommels klaar en ruimde op. En dat voor drie euro per uur, terwijl haar gezinshuismoeder nog sliep.

De sfeer voelde steeds onveiliger. Ondanks de dreigementen het niet te doen, deelde Marilène haar zorgen bij hulpverleners. Het gezinshuis werd later gesloten wegens verwaarlozing en zorgfraude. Achteraf hoorde ze dat de gezinshuisouders zo’n 7.000 euro per maand voor haar kregen. “Dat geld had jeugdzorg beter in échte hulp kunnen steken”, zegt ze. “Gewoon thuis, bij mijn moeder.”

Steungezinnen, buurtteams, begeleiding voor mijn moeder, zoveel had mijn uithuisplaatsing kunnen voorkomen.”

Terug naar huis

Pas op haar 15e, na zes verschillende jeugdbeschermers, mocht Marilène terug naar huis. Frappant, want de situatie thuis was niet veranderd, maar de band met haar moeder- maar liefst vijf jaar onderbroken— moest opnieuw opgebouwd worden. “Dit is heel moeilijk. We zijn in die vijf jaar compleet vervreemd van elkaar.” 

Marilène vraagt zich nog steeds af waarom ze uit huis is geplaatst. “Steungezinnen, buurtteams, begeleiding voor mijn moeder, zoveel had mijn uithuisplaatsing kunnen voorkomen. Ik was nooit echt in gevaar. De constante stress van steeds wisselen van woonplek en school, de overlevingsmodus, nieuwe jeugdbeschermers en onbekende regels, dat was veel schadelijker dan de situatie thuis bij mijn moeder.” Het kostte haar schooljaren én de hechte band met haar moeder. “Die hebben we nooit meer kunnen opbouwen.”

Deze persoonlijke verhalen zijn onmisbaar om politici en beleidsmakers te laten zien dat het anders moet. We zijn dankbaar en trots op de ervaringsdeskundigen die met hun verhaal bijdragen aan het aanjagen van verandering.

In Nederland zijn 41.000 kinderen uit huis geplaatst. Terwijl gezinshulp dat vaak kan voorkomen.

Strijd mee tegen onnodige uithuissplaatsingen. Teken de petitie gezinshulp eerst.

Scroll naar boven