Manifest

Voorkom onnodige uithuisplaatsing. Gezinshulp eerst.

Jaarlijks worden duizenden kinderen in Nederland uit huis geplaatst. Dit is een ingrijpende en heftige beslissing, zelfs wanneer er terechte zorgen zijn over de ontwikkeling van een kind. Hoewel we allemaal vinden dat een uithuisplaatsing een uiterste redmiddel moet zijn, maken tientallen jaren van stelselwijzigingen en hervormingen nauwelijks verschil: het aantal uithuisplaatsingen blijft hoog. De benodigde kennis over wat werkt om uithuisplaatsingen te voorkomen is er, maar deze kennis wordt niet structureel en duurzaam benut. Oorzaak hiervoor is een falend systeem, dat onder andere wordt gekenmerkt door verkokering, onvoldoende samenwerking, versnipperde financiering en kortetermijnbeleid. Wij accepteren dit niet langer en roepen op tot daadkracht op drie niveaus:

1. Landelijke regie: wettelijke waarborgen

Het Rijk toont daadkracht door landelijke regie te pakken om fundamentele verandering te faciliteren en waar nodig af te dwingen. Wij stellen voor om een minister voor Jeugd en Gezin met doorzettingsmacht aan te stellen. Deze minister harmoniseert wet- en regelgeving, maakt noodzakelijke informatie-uitwisseling mogelijk en zorgt voor leidende landelijke kwaliteitsnormen. Het Rijk luistert hierbij goed naar ervaringsdeskundigen en professionals. Bovendien kan de minister zorgen voor de nodige prikkel(s) om te investeren in preventie en de kracht van een aandachtsvolle samenleving. En zo de benodigde cultuuromslag in de sector helpen aanjagen.

2. Sturing & Financiering: geld volgt het gezin

Gemeenten tonen daadkracht door het wegnemen van financiële en organisatorische schotten. Een uithuisplaatsing is vaak (en op termijn) aanzienlijk duurder dan het inzetten van goed afgestemde hulp in het gezin. Deze hulp kan alleen effectief zijn als professionals samenwerken. Daarbij speelt de lokale zorg dichtbij in wijken een centrale rol. De zorg dichtbij weet immers het best wat er speelt in de buurt en kent de gemeente. Dit lokale team krijgt een breed mandaat om te doen wat nodig is, waarbij het financieel en organisatorisch ontschot is van traditionele domeinen (zoals jeugdhulp, schuldhulp, ggz en Wmo). Voor enkele gezinnen lukt dit al met maatwerk en binnen veelbelovende pilots en proeftuinen. Maar zonder deze pilots structureel te borgen, is er sprake van ongelijkheid voor gezinnen en blijven we onnodig uit huis plaatsen.

3. Cultuuromslag: naast de ouders staan

De jeugdzorgsector toont daadkracht door de focus te verbreden van het kind naar het gezin. Hulpverleners moeten samen met gezinnen aan de slag met het maken van een gedegen gedeelde verklarende analyse van de problematiek binnen gezinnen. Het is daarbij belangrijk dat hulpverleners een houding hebben van ‘naast de ouders staan’, waarbij ze zich realiseren dat verandering door dwang zelden lukt. Ze komen niet controleren of opvoedvaardigheden goed genoeg zijn, maar luisteren naar alle gezinsleden en hun netwerk en formuleren op basis daarvan hoe het kind in het gezin kan blijven en de problemen daar kunnen worden opgelost. Professionals kunnen deze cultuuromslag pas maken als ze rugdekking krijgen van hun bestuurders en de politiek. Ze moeten bovendien voldoende ruimte krijgen voor scholing, intervisie en reflectie.

In Nederland zijn 41.000 kinderen uit huis geplaatst. Terwijl gezinshulp dat vaak kan voorkomen.

Strijd mee tegen onnodige uithuissplaatsingen. Teken de petitie gezinshulp eerst.

Scroll naar boven